|

Hoe de geopolitieke IT-kramp te doorbreken

Op 7 juni 2026 kwamen De IT Regisseur partners samen voor een ontspannen, maar messcherpe pizzasessie. Het centrale thema van de avond? Digitale soevereiniteit.

De Kramp: Welk probleem lossen we eigenlijk op?

Binnen de Nederlandse overheid ligt de focus momenteel extreem op digitale soevereiniteit. Maar de partners aan tafel stelden direct de cruciale wedervraag: welk probleem probeert men hier nu eigenlijk op te lossen? Gaat het om de fysieke locatie van de data? Gaat het om databescherming? Die aspecten zijn technisch prima op te lossen via strenge encryptie en het beheer van eigen cryptografische sleutels. Het werkelijke pijnpunt is geopolitiek: het risico dat de Verenigde Staten — ondanks alle wet- en regelgeving — bij een escalerend conflict de stekker uit vitale dienstverlening trekt.

Met een IT-stack die voor 70% van Amerikaanse bodem komt, bescherm je jezelf hier niet zomaar tegen met een extra firewall. Moeten we dit geopolitieke risico wel met technische maatregelen willen mitigeren? Of is hier een IT ‘handelsbazooka’ voor nodig? We leven immers in een geïntegreerde wereld met wederzijdse afhankelijkheden. Amerika kan net zo min zonder Europa als andersom. Denk aan de cruciale chipmachines van ASML, de mobiele netwerken die Ericsson en Nokia in de VS uitrollen, of de logistieke slagkracht van containergigant Mærsk. Het is een digitale status quo, vergelijkbaar met de geopolitieke dynamiek rondom de Straat van Hormuz.

Desondanks was de tafel het erover eens: stilzitten is geen optie. Bestaande Europese initiatieven zoals GAIA-X of de soevereine cloud-samenwerking tussen KPN en cloudpartners slaan momenteel echter nog geen deuk in een pakje boter.

Het Investeringsgat: VS $725 miljard vs. EU schamele €25 miljard

Als we kijken naar de cijfers, wordt de realiteit pijnlijk duidelijk. De gecombineerde investeringen (Capex en R&D) van de Amerikaanse top — Microsoft, Amazon, Google en Meta — stevenen af op ruim $600 tot $725 miljard per jaar. De Europese tegenhangers (zoals SAP, Siemens, Ericsson en Nokia) komen samen amper aan de €25 miljard. Dit gat loop je met geld nooit meer dicht.

“De overheid maakt het probleem nu zo groot, dat er vanuit een soort kramp helemaal niets meer gebeurt. Terwijl de oplossingen voor het oprapen liggen.”
— Een van de aanwezige partners

Het hoeft namelijk niet meteen ‘alles of niets’ te zijn. Als klein voorbeeldje, waarom dwingt de overheid bijvoorbeeld niet consequent het open ODF-bestandsformaat af in plaats van het Microsoft .docx? Daarnaast is het in een hybride cloudomgeving relatief eenvoudig om effectieve uitwijkvoorzieningen te treffen voor identiteitsbeheer, offsite back-ups en kritieke mailservices.

De Routekaart: De ‘iPhone-strategie’ toepassen op hardcore IT

Europa moet niet proberen te kopiëren wat er al is. De route naar succes bestaat uit het dwingen van Amerikaanse hypervisors om open standaarden te adopteren. Met de Digital Markets Act (DMA) in de hand heeft Europa al een krachtig wettelijk wapen om de marktpoortwachters (gatekeepers) te dwingen tot interoperabiliteit en openheid. Denk aan hoe EU-wetgeving de USB-C verplichting oplegde aan de iPhone; datzelfde DMA-principe van open toegang en anti-monopolie moeten we nu keihard toepassen op de cloud.

Een partner met decennia aan ervaring in de telecomsector schetste hoe standaardisatiecommissies zoals ETSI en 3GPP al jaren succesvol opereren. Hier zitten providers, leveranciers en overheden samen aan tafel om de volgende generatie standaarden (zoals 5G en 6G) te definiëren. Nu telecomnetwerken nagenoeg volledig IT-gestuurd worden, is het logisch om dit model door te trekken naar de hardcore IT-sector.

Europa heeft de wetgevingskracht om dit af te dwingen. En de Amerikaanse giganten zúllen wel moeten luisteren: er staat voor hen immers jaarlijks zo’n $264 miljard aan Europese omzet op het spel.

De Sprong Voorwaarts: Microservices en Spraakgestuurde AI

De echte kans voor Europa ligt niet in het verleden, maar in de volgende generatie IT. Die ziet er fundamenteel anders uit dan de monolithische systemen van nu:

  • Identiteit als fundament: Weten of iemand is wie hij zegt dat hij is, wordt de absolute achilleshiel van elk systeem (zie ook de recente maatschappelijke discussies rondom DigiD en de cloud).
  • Microservices & AI-agents: De traditionele applicatieserver verdwijnt. De toekomst is aan flexibele microservices en slimme AI-agents die handelingen uitvoeren op (de)centrale databronnen.
  • De nieuwe interface: De zware laptop maakt plaats voor lichte, spraakgestuurde interfaces. De grote vraag hierbij is: wie krijgt de controle over deze interface? Wordt dat ChatGPT, Gemini of Claude?

Om in die nieuwe wereld te concurreren is een enorme sprong voorwaarts nodig. Waar overheden momenteel miljarden vrijmaken voor fysieke defensie, wordt de digitale dreiging door de EU nog onvoldoende erkend als het grotere strategische risico. Het ontbreekt aan een duidelijke probleem-eigenaar, waardoor initiatieven dreigen te verzanden in het geneuzel in de marge waar open-source projecten een decennium geleden ook last van hadden.

Conclusie: Creativiteit en Inkoopkracht

Europa moet creatiever worden en de markt actief uitdagen. Waarom gaan we niet het gesprek aan met Google over het open-source doorontwikkelen van de Chromebook-architecturen waar ze mee willen stoppen? Waarom claimen we OpenStack niet als het open model waarin partijen als IBM puur op dienstverlening concurreren? Door bestaande open-source initiatieven (zoals OpenStack en Linux) slim te combineren, bouwen we een ecosysteem waarin IT-bedrijven geld kunnen verdienen aan beheer en service, terwijl Europa de regie over haar eigen digitale toekomst herpakt.

Waarom trekken we de succesvolle aanpak van standaardisatiecommissies zoals ETSI en 3GPP niet door naar de hardcore IT? Als Europa deze open standaarden vervolgens keihard verankert in haar aanbestedingsregels én de overheid opstaat als launching customer, ontstaat er een compleet nieuw speelveld. Dit is geen transitie van vandaag op morgen; dit is een visie voor de komende 5 tot 10 jaar. Maar één ding is zeker: als we morgen niet beginnen met het definiëren van deze standaarden, is het probleem over 10 jaar definitief onoplosbaar.

Dank aan alle partners voor deze scherpe dialoog. De koers is uitgezet, nu is het tijd voor de standaarden en de eerste pilot!

Heb je deze sessie gemist? Houd onze website in de gaten voor toekomstige events of volg ons op LinkedIn.

#DigitaleSoevereiniteit #OpenSource #Microservices #Cybersecurity #EuropeanTech #Innovatie